Een inclusieve samenleving

You are here

Een inclusieve samenleving

Alhoewel het in grote delen van het land economisch meer voor de wind lijkt te gaan, wil dat niet zeggen dat iedereen evenveel profiteert van de toename aan welvaart. Ongelijkheid openbaart zich bijvoorbeeld in structurele inkomensverschillen, gezondheidsverschillen en waar het gaat om (mogelijkheden tot) maatschappelijke participatie. Wat weten we over verschillen in de provincie Utrecht?

Maatschappelijke opgaven

  • Ondanks de algemene economische groei in de provincie dreigt een toenemende ongelijkheid van inkomens in de steden. Hoe kan de leefbaarheid van iedere wijk zo goed mogelijk geborgd worden?
  • Om zelfredzaam te kunnen functioneren in de maatschappij zullen inwoners in de toekomst steeds meer digitale- en taalvaardigheden nodig hebben. De digitale kloof dreigt echter steeds groter te worden. Hoe kan het beste worden ingezet op versterking van deze vaardigheden voor iedereen?
  • Omdat in de toekomst steeds meer migratie van het platteland naar de steden zal plaatsvinden, dreigt er een kloof tussen een jonge, gezonde populatie in stedelijke gebieden, en een oudere en minder gezonde populatie in de krimpgebieden. Hoe kan de zorg voor de vergrijzende bevolking in de plattelandsgemeenten zo goed mogelijk geborgd worden?

Ongelijkheid inkomens in Nederlandse steden neemt toe

Samen met de Scandinavische landen behoort Nederland tot de landen met de meest gelijke inkomensverdeling ter wereld. De afgelopen jaren nam de inkomensongelijkheid in Nederland nauwelijks toe. Dit betekent echter niet dat er tussen en binnen gemeenten geen grote verschillen kunnen bestaan. Verschillen tussen grote gemeenten kunnen vooral verklaard worden uit de aan- of afwezigheid van grote studentenpopulaties; aan de ene kant is de studentenpopulatie een bevolkingsgroep met een laag inkomen. Aan de andere kant blijven veel studenten na hun opleiding in deze steden wonen en zorgen met een hoog inkomen voor potentieel grotere verschillen tussen rijk en arm.(i) Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schetst dat de inkomensongelijkheid in de Nederlandse steden aan het toenemen is.(ii) Een grotere inkomensongelijkheid kan ontstaan als meer mensen met hoogbetaald werk naar de stad trekken, hetgeen volgens het PBL een landelijk fenomeen is. Hoogbetaalden trekken niet alleen naar de stad vanwege de vele banen, maar ook vanwege de nabijheid van allerlei voorzieningen. Door de trek naar stedelijke gebieden van hoge inkomens, en de stad uit van middeninkomens, ontstaan zowel in de stad als de regio andere inkomensverdelingen die mogelijk gevoelens van ongelijkheid vergroten. Voor de gemeente Utrecht geldt dat het aantal middeninkomens licht is gedaald tussen de jaren 2005 en 2013. Ten opzichte van het landelijke gemiddelde heeft Utrecht minder huishoudens met middeninkomens en meer met lage of hoge inkomens. Gegevens van de omliggende gemeenten geven aan dat hier juist relatief veel middeninkomens te vinden zijn; de meeste in Vianen (64%) en Nieuwegein (64%), de minste in De Bilt (53%), Utrecht (53%) en Zeist (54%).

 

(i) PBL, 2016. De verdeelde triomf.
(ii) PBL, 2016. De verdeelde triomf.

Verschillende arbeidsmarktkansen voor laag- en hoogopgeleiden

Vaak wordt verondersteld dat een gebied met veel hoogbetaalde banen automatisch ook veel laagbetaalde banen voortbrengt. Dit wordt het trickle down effect genoemd. Voor de gemeente Utrecht lijkt dit mechanisme minder goed te werken. Er zijn voldoende banenkansen voor laagopgeleiden in de stad. Banen zijn echter nodig op alle niveaus: absoluut gezien zijn er in de stad meer hoogopgeleiden werkloos dan laagopgeleiden. Relatief is in de gemeente Utrecht één op de zes laagopgeleiden werkloos ten opzichte van één op de 25 hoogopgeleiden. Doordat de gemeente meer hoogopgeleiden heeft, zijn er in absolute zin  wel ongeveer duizend werklozen meer onder de hoogopgeleiden dan onder de laagopgeleiden. Hierdoor treedt op de arbeidsmarkt verdringing op, wat de kans op werk voor laagopgeleiden verlaagt en het trickle-down mechanisme lijkt te verstoren.  

Gezondheid ongelijk verdeeld over stad en platteland

Gezondheid is niet gelijk verdeeld over de hele populatie. Er doen zich belangrijke gezondheidsverschillen voor tussen stad en platteland, tussen rijk en arm, tussen hoog- en laagopgeleiden. Voor de gemeente Utrecht bijvoorbeeld geldt dat de levensverwachting in goed ervaren gezondheid met twaalf jaar kan verschillen tussen de wijken onderling.(i) In ‘De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later’ van het Sociaal Cultureel Planbureau(ii) worden gezondheidsverschillen tussen stad en platteland benoemd. Het SCP stelt dat ‘de stad’ momenteel een bloeiperiode doormaakt, zowel in Nederland als internationaal. Wereldwijd trekken mensen naar de stad en de economische groei is daar dan ook groter dan in het buitengebied. Dat heeft consequenties voor de gezondheid. In krimpgebieden zijn mensen gemiddeld minder gezond en bovendien ouder: ongeveer 24% van de bevolking heeft een minder dan goede gezondheid, tegenover 19% elders in Nederland.(iii) Naar verwachting worden de geconstateerde gezondheidsverschillen tussen de steden en de krimpgebieden in de toekomst groter. Onderzoek naar de relatie tussen financiële problemen en gezondheid wijst daarnaast uit dat er sprake is van wederkerigheid op dit gebied. Inwoners met een chronische ziekte of slechte gezondheid hebben vaker financiële problemen en inwoners met financiële problemen rapporteren vaker angst, depressie, eenzaamheid en onvoldoende regie over het eigen leven.(iv)

(i) Website VMU gemeente Utrecht.
(ii) SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.
(iii) SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.
(iv) CBS

 

Digitale kloof als probleem voor de toekomst

Als het gaat om internetgebruik, wordt steeds zichtbaarder dat niet alle bevolkingsgroepen even goed meekomen met veranderingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie. Die verschillen worden aangeduid met de ‘digitale kloof’. Aanvankelijk ging het om het wel of niet hebben van apparatuur zoals een pc of laptop, maar later kwam de nadruk meer op verschillen in de digitale vaardigheden en in soorten gebruik, zoals nieuwsgaring of amusement. Uit onderzoek blijkt dat hoger opgeleiden een productiever internetgebruik tonen dan lager opgeleiden.(i) Hoger opgeleiden benutten internet voor informatie, educatie en carrière. Ze profiteren daarmee optimaal van de mogelijkheden om hun doelen te bereiken. Laagopgeleiden laten daarentegen vooral consumptief gebruik van het internet zien. Zij zitten vooral op internet om te gamen, chatten of YouTube filmpjes te bekijken. Zij ervaren relatief veel problemen met het navigeren en zich oriënteren op internet.

 

(i) SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.

Laaggeletterdheid nog wijdverbreid probleem

In samenhang met de digitale kloof wordt door onderzoekers de laaggeletterdheid van een groot deel van de Nederlandse samenleving genoemd. Onderzoek wijst uit dat in 2016 1,3 miljoen mensen in Nederland, tussen de 16 en 65 jaar, ‘moeite hebben met taal’ en daarmee laaggeletterd kunnen worden genoemd. Bijna 14% van alle Nederlandse kinderen loopt momenteel het risico om op latere leeftijd onder de noemer ‘laaggeletterd’ te vallen.(i)Voor de provincie Utrecht geldt dat zij van alle provincies het laagste aandeel laaggeletterden onder haar inwoners heeft (6,3%), terwijl dat voor provincies als Flevoland (16,2%) en Zuid Holland (15,0%) het hoogst ligt. Verdere uitsplitsingen wijzen uit dat 25% van de langdurig werklozen in Nederland laaggeletterd is en dat 10% van de leerlingen aan het einde van de basisschool het vereiste zogenoemde 1F-niveau(ii) niet haalt.(iii)

(i) Stichting lezen en schrijven, 2016. Feiten en cijfers geletterdheid 2016
(ii) 1F is het fundamentele referentieniveau Nederlandse taal voor het basisonderwijs.
(iii) Stichting lezen en schrijven, 2016. Feiten en cijfers geletterdheid 2016

Zelfredzaamheid: verschuiving van haves en havenots naar cans en cannots

Door vele maatschappelijke veranderingen, waaronder de toenemende afhankelijkheid van mensen van digitale informatie, digitaal gestuurde zakelijke transacties en digitale fora, lijkt er een verschuiving op te treden in de vraag welke hulpbronnen het meest belangrijk zijn. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat het zwaartepunt aan het verschuiven is van (financiële) hulpbronnen die mensen hebben, naar vaardigheden die mensen beheersen. De aloude scheidslijn tussen de haves en de havenots, verandert, zo voorziet het SCP, in een scheidslijn tussen de cans en cannots. In de nieuwe ‘energieke samenleving’ zal er in de toekomst mogelijk een grotere groep mensen zijn die hierin niet kan meekomen. De lat van zelfredzaamheid ligt voor hen te hoog.(i)

 

(i) SCP, 2016. De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later.

You are here